Ze werkt 10 uur per dag en zijgt meestal moe op de bank neer. Tenzij.

;

Ze werkt 10 uur per dag en zijgt meestal moe op de bank neer. Tenzij.

Ze werkt 10 uur per dag. zijgt vaak moe op de bank neer. Behalve als we lopen. Vanuit haar deur.

Ken je die moestuin, verscholen? Nee? Kom, hierheen. Oh, wat mooi, zo in de buurt. Een rust. Plantjes.

Zullen we eens kijken bij dat oude gebouw, verderop. Is ook een binnenplaats. Hé, kijk nou, ze hebben kippen. Toktok. Zucht.

Paar mensen erbij. We vragen: Ken je nog meer van dit soort binnenplaatsen, soms een moestuin, mensen die zelf iets natuurlijks invoegen en mogelijk maken, gewoon in de stad?

Nou, in de Lepelstraat ken ik er een die niemand kent.
Mooi, erheen!

Maar we komen er niet. Want onderweg is een sympathieke Italiaanse zaak. Natuur, sympathie, openheid.
Dus we komen daar niet. want onderweg is een Stadsklooster. Tenminste. Nu een school.

Kom, even het terrein op! Kijk nou, aan het eind: wat een verscholen tuin, een parel! Een rust….

En die serre dan? Kijk, over die oude druivenmuur. Kom, ernaartoe. Blijken bijenkasten te staan, van de bijenbank. Hé, lees: de koninginnen zijn aan de Maziestraat, dat is toch Noordeinde?

Zullen we? Jaaaaa! Volgende keer weer verder op avontuur, groen avontuur, in de stad. Open, natuurlijk, vriendelijk.

Resultaat: kilometers, ongemerkt: ‘Ik keek hier zo tegenop, want ik kan er niks (meer) van, van hardlopen. Hoewel… We hebben maar mooi vrolijk een uur gejogd nu, in de stad, om de hoek. Zucht, ik wist niet dat ik zo mooi woonde hier.’

Keep Alive Moving!